Begrippenlijst

Woord Definitie
Abrahamitische godsdiensten Verzamelnaam voor jodendom, christendom en islam; de Abrahamverhalen zijn voor alle drie belangrijk.
Absolute zekerheid Overtuiging dat iets onomstotelijk vaststaat, dat men over een waarheid beschikt die door het verstand kan worden vastgesteld. Indien men meent dat absolute zekerheid ook voor het eigen levensbeschouwelijk standpunt geldt, staat men niet open voor opvattingen van anderen en is een echte dialoog niet mogelijk.
Atheïst Iemand die gelooft dat god (‘theos’ in het Grieks betekent ‘god’) niet (a-) bestaat.
Atheïst Iemand die niet in god gelooft (‘theos’ in het Grieks betekent ‘god’, a- betekent ‘niet’).
‘Dikke-ik’ Iemand die zich nadrukkelijk op de voorgrond plaatst, zich lomp gedraagt naar anderen, egoïstisch is, niet veel invoelingsvermogen heeft en slecht communiceert. (Begrip van de filosoof Harry Kunneman.)
‘Heilig geloof’ Sterk overtuigd zijn van het eigen levensbeschouwelijk standpunt. Niet te verwarren met menen absolute zekerheid te hebben.
Calvijn Johannes Calvijn (1509 -1564) was een Frans-Zwitserse christelijk hervormer die veel invloed heeft gehad op het protestantisme in Zwitserland, Frankrijk, Schotland en Nederland.
Ceremonie Plechtigheid met een vast patroon waarbij men rituelen voltrekt. Bijvoorbeeld een huwelijksceremonie.
Choepa Huwelijksbaldakijn bij de traditionele joodse huwelijksceremonie. Bij de huwelijksplechtigheid staan bruid en bruidegom in of buiten de synagoge onder een aan vier palen bevestigd baldakijn. Choepa is ook een aanduiding voor de gehele joodse huwelijksplechtigheid.
Communicatie Uitwisseling van gedachten (1.), verbinding (2.). Van het Latijnse werkwoord ‘communicare’ dat ‘delen met’ of ‘bespreken’ betekent.
Communiceren Het uitwisselen van gevoelens en gedachten. In dit hoofdstuk vooral: het voeren van een goed gesprek.
Constantijn (de Grote) Keizer (280 - 337) van het Romeinse Rijk die in 313 christenen vrijheid van godsdienst verleende.
Dapper Gedrag waarbij iemand zijn angst overwint (1.) om op grond van een juiste inschatting van een situatie (2.) het goede te doen (3.)
Deugd Goede eigenschap; (goed) deel van iemands karakter.
Egoïsme Een houding waarbij iemand steeds slechts het eigen welzijn op het oog heeft en waarbij het belang van anderen geschaad wordt. Egoïsme komt van het Latijnse woord ‘ego’ dat ‘ik’ betekent.
Ethiek Onderdeel van de filosofie waarbij men nadenkt over vragen die met goed en kwaad te maken hebben.
Exodus Uittocht (uit Egypte onder leiding van Mozes). Ook aanduiding voor het tweede boek van de Tora en van de Bijbel.
Farizeeën Dit waren vrome diepgelovige joden die niet alleen de Tora grondig bestudeerden maar ook zorgvuldig volgens die voorschriften leefden. Zij waren ervan overtuigd dat God zou ingrijpen en het Rijk Gods zou komen als het volk zich maar strikt aan de wet zou houden.
Filosoferen Nadenken over levensvragen en antwoorden op levensvragen.
Filosofie Wijsbegeerte. Van het Griekse ‘philosophia’ dat ‘liefde tot wijsheid’ betekent. ‘Philos’ betekent: ‘die houdt van’ en ‘sophia’ betekent ‘bekwaamheid’ en  ‘wijsheid’.
Filosofie Nadenken over levensvragen.
Filosofisch gesprek Gesprek dat als doel heeft om met elkaar en met behulp van argumenten meer helderheid te krijgen in levensvragen en in de antwoorden op levensvragen.
Futurologie De wetenschap die zich bezighoudt met de toekomst.
Geestelijke gezondheid Gezondheid van de geest, psyche maar ook wel mate van welbevinden, geluk of welzijn. In onderscheid met lichamelijke gezondheid.
Geloof Een overtuiging waarover je geen absolute zekerheid kunt krijgen. In Wijs Worden gebruiken we vooral als voorbeeld: 1. geloof dat God bestaat tegenover 2. geloof dat er geen god bestaat.
Gemeenschappelijke levensbeschouwing Een levensbeschouwing die binnen een grotere gemeenschap van mensen wordt aangehangen.
Gewone vragen Vragen waarop een eenduidig antwoord gegeven kan worden; vragen die over feiten gaan.
Goddelijke drie-eenheid De drie-eenheid, triniteit of drievuldigheid is het christelijke idee dat de éne God bestaat in drie goddelijke personen: de Vader, de Zoon (dat is Jezus die God wordt) en de Heilige Geest. Soms krijgen deze drie aparte functies: de Vader is dan de Schepper, de Zoon is de Verlosser en de Heilige Geest de Helper.
Gouden regel (gulden regel) Algemene regel om vast te stellen wat in veel gevallen goed en kwaad inhoudt. ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.’
Ik-standpunt Het bekijken van de werkelijkheid puur vanuit je eigen positie.
Individuele levensbeschouwing De levensbeschouwing van een afzonderlijk persoon; levensvragen en antwoorden van een individueel persoon.
Jahwe Een van de namen voor God in het Oude Testament (TeNaCh).
Jeugdmantelzorger Een jeugdige die niet-beroepsmatig zorg verleent aan een ander (familie of vriend).
Jij-standpunt Je kunnen verplaatsen in een ander persoon. Poging vanuit het perspectief van een ander naar de werkelijkheid te kijken.
Kannibalisme Het eten van soortgenoten, bijvoorbeeld mensen die mensen eten.
Klaagmuur De klaagmuur is een zijde van de tempel in Jeruzalem die na de verwoesting in 70 na Christus overeind bleef staan. Feitelijk gaat het niet om de muur van de tempel zelf maar om een muur die het tempelcomplex omringde.
Laf Als je uit angst voor gevaar niet doet wat je behoort te doen. Een van twee uitersten (laf en overmoed) waartussen men de deugd kan vinden.
Levensbeschouwing Het geheel van levensvragen en de antwoorden daarop. Ook: naar het leven (alles wat bestaat) kijken (‘schouwen’) en daar een mening bij hebben.
Levensbeschouwing Het geheel van levensvragen en de antwoorden daarop. Ook: naar het leven (alles wat bestaat) kijken (‘schouwen’) en daar een mening bij hebben. Daarbij een van de drie terreinen (naast smaak en toekomst) waarop een mens geen absolute zekerheid kan krijgen.
Levensvragen Meningsvragen over wat het allerbelangrijkste is in het leven.
Levensvragen Meningsvragen over wat het allerbelangrijkste is in het leven.
Luther Maarten Luther (1483 - 1546) was een Duitse Augustijner monnik en theoloog die protesteerde tegen de misstanden in de kerk. Hij staat aan het begin van de reformatie.
Magie Handelingen waarmee mensen proberen macht uit te oefenen op allerlei (ook verborgen) krachten. Vroegere betekenis: toverkunst; vergelijk zwarte magie.
Mantelzorger Iemand die niet-beroepsmatig zorg verleent aan een ander (familie of vriend).
Mensbeeld Een omschrijving van de mens die geldt voor alle mensen zonder uitzondering.
Midden Positie tussen twee uitersten die beide afkeurenswaardig zijn.
Monotheïsme Levensbeschouwing waarbij men in één god gelooft. Van ‘mono’ dat ‘een’ betekent en ‘theos’ dat god betekent.
Moraal Het geheel van waarden en normen dat ons handelen richting geeft.
Neutraal Datgene wat niet goed is maar ook niet slecht/kwaad.
Norm Regel of norm. Regels zijn er om 1. het samenleven mogelijk te maken. 2. wat belangrijk gevonden wordt, mogelijk te maken.
Ondeugd Slechte eigenschap; slecht deel van iemands karakter. (Ook benaming voor een persoon die niet deugt.)
Overmoed Verkeerde (overmoedige) inschatting van wat men kan; onderschatting van gevaren. Een van twee uitersten (laf en overmoed) waartussen men de deugd kan vinden.
Pescotariër Iemand die geen zoogdieren of vogels eet maar wel vis en andere zeedieren.
Polytheïsme Veelgodendom; ‘poly’ betekent ‘veel’ en ‘theïsme’ komt van ‘Theos’ dat ‘God’ betekent.
Psychologie Wetenschap van de menselijke geest en het menselijk gedrag. Een belangrijke vraag voor de psychologie is: waarom doen mensen wat ze doen?
Rabbi Ook wel rabbijn; titel voor een geleerde op het gebied van de joodse wet. Leider van de synagoge en/of voorganger binnen de joodse eredienst.
Regel Norm of regel. Normen zijn er om 1. het samenleven mogelijk te maken. 2. wat belangrijk gevonden wordt, mogelijk te maken.
Rijk Gods Ideale wereld die door Gods ingrijpen tot stand komt. De komst van het Rijk Gods wordt voorafgegaan door een boodschapper van God, een Messias. Het Rijk Gods moet niet verward worden met de hemel; daarbij gaat het om een verblijf voor de zielen van overledenen.
Ritueel Een handeling met 1. een symbolische betekenis die 2. op een vast tijdstip of bij een bepaalde gelegenheid plaatsvindt 3. en volgens een vast patroon wordt uitgevoerd.
Sekte Een (beperkte) groep mensen met eigen godsdienstige opvattingen en gebruiken. Gewoonlijk zijn sekten afsplitsingen van grotere godsdienstige levensbeschouwingen.
Sharia De (religieuze) wet van de moslims. Het woord ‘sharia’ betekent ‘pad naar de waterbron’. Voor moslims is de sharia de ‘weg’ van God die tot het geluk leidt. De sharia is niet duidelijk in een boek vastgelegd. In het islamitisch recht beroept men zich dan ook op eerdere uitspraken waardoor sharia tot onderling strijdige conclusies kan leiden. Feitelijk bestaat er dus niet één sharia.
Smaak Binnen het kader van dit hoofdstuk: een van de drie terreinen (naast toekomst en levensbeschouwing) waarop een mens geen absolute zekerheid kan krijgen.
Symbool Alles en nog wat (voorwerpen, handelingen, dieren, bloemen of water) kan tot symbool worden. Dat wil zeggen dat het verwijst naar iets anders. Zo kan een hond symbool staan voor trouw, een bloem voor liefde. Een symbool bevat daarmee een levensbeschouwelijke betekenis. Dit in tegenstelling tot een teken (bijvoorbeeld: een verkeersbord). Die betekenis is gewoonlijk niet eenduidig.
Synagoge Joods leerhuis. Ook wel ‘sjoel’ genoemd (vergelijk het Duitse woord voor school: Schule).
Teken Een teken bevat een eenduidige boodschap, die niet levensbeschouwelijk van aard is. Een verkeersbord is een goed voorbeeld van een teken.
TeNaCH Aanduiding - in de vorm van een afkorting - voor de joodse heilige boeken: Tora (Wet), Newi’iem (Profeten) en Chetoewiem (Geschriften).
Toekomst Binnen het kader van dit hoofdstuk: een van de drie terreinen (naast smaak en levensbeschouwing) waarop een mens geen absolute zekerheid kan krijgen.
Tora Onderwijzing of leer. De Tora bestaat uit de vijf boeken van Mozes: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.
Uniek Letterlijk: enig. ‘Ieder mens is uniek’ betekent: van jou is er maar één.
Veganist Iemand die op geen enkele wijze gebruik maakt van producten die van dieren afkomstig zijn: geen vlees, geen leer, geen melkproducten, geen honing etc.
Vegetariër Iemand die geen producten eet die verkregen zijn door het doden van dieren – zowel zoogdieren, vogels als vissen.
Verwondering Je staat stil en stelt levensvragen bij wat aanvankelijk als vanzelfsprekend en gewoon werd ervaren.
Waarde Datgene wat mensen belangrijk vinden.
Waarde op zich (van een dier) Opvatting dat dieren los van hun economische waarde (waarde in geld) een waarde en betekenis bezitten, en daarmee niet als een (levend) ding behandeld mogen worden.
Waardenconflict Dit is het geval als twee waarden niet samen gerealiseerd kunnen worden. Zo kan de waarde van ‘de waarheid spreken’ in conflict komen met ‘de waarde van het leven’ (bijvoorbeeld als je in een oorlogssituatie gevraagd wordt de verblijfplaats van onschuldige mensen te verraden).
Zekerheid Kan men verkrijgen door a. waar te nemen met de zintuigen (zien, horen, ruiken, voelen en proeven), b. nadenken.
Zelfzorg Goed omgaan met jezelf: goed zorgen voor je lichaam en geest. Hierbij hoort het vermogen jezelf kritisch op dit punt te kunnen aanspreken: zorg ik wel goed voor mezelf? Zelfzorg: niet te verwarren met egoïsme.
Zintuigen Met onze zintuigen (zien, horen, ruiken, voelen en proeven) kunnen we de werkelijkheid waarnemen).